Wat een verkwikkende retraite in de Pyreneeën! Verblijf in een stiltehuis, wandelen in de bergen, ontmoeting met een kluizenaar.

“Ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van welke berg komt mijn hulp?
Van de HEER komt mijn hulp, die hemel en aarde gemaakt heeft” (ps. 121)

Terug van weggeweest. Retraite in de kartuize van Selignac. In principe kan iedereen deze ‘experience’ opdoen. Weet dít van tevoren: minstens een verblijf van tien dagen, en absolute stilte en eenzaamheid. In zekere zin een andere planeet, maar aardser dan de onze.    www.selignac.org

 

 

Na ‘into the great silence’ weer een bioscoopfilm zonder woorden, en nu ook zonder mensen: Homo Sapiens. 

 

Stille beelden die het vergankelijke mensenspoor tonen: fladderende duiven in verlaten gebouwencomplexen, krijsende meeuwen in spooksteden, door groen overwoekerde militaire voertuigen op voormalige kazerneterreinen. 

 

Fascinerend. 

(misschien indringender dan Into the great silence}

 

Bij wijze van retraite deelgenomen aan een ‘denkvakantie’.

 

In de Provence is een centrum gevestigd waar gerenommeerde filosofen cursussen geven. Onderwerp: ‘Mystiek en anarchie in het westerse denken.’ Een groep van twintig mensen, zes dagen lang luisteren en reflecteren.

 

Veel monniken voelen zich niet snel thuis in het intellectuele discours, het onnoembare articuleren is als de smaak van aardbeien formuleren. Anderszins kan het kennis nemen van nieuwe inzichten verdiepend zijn.

 

Obsculta (luister!) is het eerste woord uit de regel van Benedictus.

 

De zeggingskracht van goede liturgie overstijgt verbale verkondiging: aan het eind van de eucharistieviering van Pinksteren komen zeven gelovigen aan het altaar staan, ze komen uit alle windstreken: Syrië, Polen, Indonesië, Curacao, Italië, Argentinië, Indonesië.

De paaskaars brandt, een zevenarmige kandelaar staat op het altaar. Één voor één bidt in de eigen moedertaal: “Kom Heilige Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in hen het vuur van uw liefde. Zend uw Geest uit en alles zal worden herschapen worden. En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen”.

Daarna neemt ieder het vuur van de Paaskaars, en steekt één van de kaarsen aan. Na de zevende wordt de Paaskaars gedoofd. Het is heel stil in de volle kerk.

 

 

Hubertus Ernst was een bisschop die vertrouwen schonk, op zoek naar het goede in de mens; óók  bij degenen die hem niet bij voorbaat goed gezind waren. Een dienaar van de vrede die de Vrede kende.

 

In gesprekken ontmoette men in hem een serieuze toegewijde man waarbij in zijn oogopslag, mimiek, het timbre van zijn stem altijd ook een glimlach, iets vreugdevols besloten lag.

 

De keerzijde van ‘onverdraagzaam’ is ‘verdraagzaam’.

Toch een weinig courant woord. Het zijn evenwel twee begrippen die vlak naast elkaar liggen. Te lang verdragen beschimpingen kunnen zomaar omslaan in onverdraagzaamheid en gewelddadigheid.

 

Het is het begin van de Goede Week. Het aantal beschimpingen vanwege het journaille is ontelbaar. “De jaarlijkse christelijke glorieuze spijkershow” spant de kroon. christenen worden aldus geholpen ‘verdraagzaamheid’ tot een gebruikelijk(er) woord te maken.

 

Is dit niet de kwintessens van de Goede Week?

 

De omgang met licht/verlichting is een belangrijk onderdeel in het monastieke leven.

Naar verluidt waren de monniken op de berg Athos verplicht elektrische verlichting te gaan gebruiken, aangezien uitsluitend kaarslicht te riskant zou zijn voor hun monumentale kerken en kapellen.

Sindsdien, zeggen zij, is de ervaring van het gebed veranderd. Schaars licht accentueert de stilte, veel licht maakt lawaai.

Een flikkerend vlaspitje in de Godslamp is eigenlijk al genoeg. Alleen het hoognodige mag daar aan toegevoegd worden.

 

Maandag is ‘woestijndag’, alle stekkers eruit en slechts één gebedsstonde. Een dag van stilte, recupereren, bijtanken.
Vaak een lange wandeling in een mooi natuurgebied.

Laatst naar Silence, de laatste film van Martin Scorcese, geweest. ‘Onbeschaamd christelijk’ recenseerde de krant.
Een merkwaardige en tekenende typering.
Het schijnt dat alleen christelijk ‘onbeschaamd’ kan zijn. ‘Godslasterlijk’ of ‘atheïstisch’ zal  zo’n voorvoegsel niet toebedeeld krijgen.

Overigens is de film open en allerminst sturend.
‘Wat is christelijk?’
‘Waarin uit zich mijn gelovige identiteit?’.
De film gaat over de Japanse missie van de Jezuïeten in de 17e eeuw. Hedendaagse vragen krijgt de toeschouwer mee naar huis.

 

Een stille periode, de tijd tussen kerst en de vasten.

 

De drukke liturgieën zijn geweest én ze komen straks. Hoogtepunten in het kerkelijk jaar kunnen gevierd worden bij de gratie van het gangbare, het normale.

 

Oefenen in de waardering voor het normaal dagelijkse, het is een mooie en dankbare opdracht: weten te mogen leven onder de schutse van de Allerhoogste.

 

 

Een voortdurende sensatieloosheid, geen hypes, geen spectaculaire gebeurtenissen.

 

“Zo was het in den beginne, zo zij het thans en voor immer; tot in de eeuwen der eeuwen”, het is de accolade achter elk psalmgebed, meerdere keren per dag, ook in Haarlemmerliede.

 

In een zekere zin lijkt de monnikencultuur de tegenpool van de social media cultuur, volgens welke het nodig schijnt  te zijn  jezelf voortdurend ‘op de kaart te zetten’ omdat je anders niet meetelt. En inderdaad, de monnik heeft niet de wens mee te tellen, verwant als hij/zij zich voelt met de tijd van Jezus’ verborgen bestaan tot aan zijn openbare leven.

 

Het contemplatieve leven ‘verdraagt’ geen reclame voor het eigen engagement, het is genoeg te weten dat ’t bestaat.

 

Het is goed te weten dat er broeders van het Stille Leven zijn  die open willen staan voor het Aanschijn van de Allerhoogste.

 

Het is dit leven zélf dat fascineert en aantrekt.

 

Hoe contemplatiever de levensstijl en hoe vervullender de ervaring daarvan, des te minder is te beschrijven. Zo zijn er ook geen boeken geschreven over een ideaal huwelijk.

Dit is het verschil: velen kunnen zich een voorstelling maken van een volmaakte relatie, en weinigen kunnen zich iets voorstellen bij een alleen-ig leven in de stilte. Het zij zo.

Voor de monnik is het (soms) heel belangrijk te weten dat hij, over de hele wereld verspreid, broeders en zusters heeft die op een zelfde wijze leven. Dat inspireert, bemoedigt en sterkt.

 

Bidden is binnentreden in een intieme ruimte, je geborgen weten onder de beschermende vleugels van de Allerhoogste.

 

Aan een ander je vroomheid tonen is riskant, een geloof in eigen heiligheid is snel gewekt. Alleen in de aller eigenste binnenkamer is God te vermoeden en te ontwaren.

 

Het kerkje van Haarlemmerliede wordt steeds eigener. Dat is des te meer merkbaar als het gebedsrooster ‘dwingt’, als er iets overwonnen moet worden om tóch te gaan. Gebedsmantel aan, de deur door, en (iedere keer weer) thuiskomen.

 

Weer drie weken terug op het werk-platform. Wat een andere dynamiek dan het leven in de stilte van een retraite.

 

Maar toch, de herinnering aan die tijd is levend, en geeft energie en motivatie om de stilte in de Randstedelijke samenleving op te blijven zoeken en te koesteren.

 

“Beleef de stilte, onderga hem niet”, een wijze monnikenspreuk; een oefening met arbeidsvitaminen.

 

 

Midden in de Pyreneeën staat een kapel, aan de voet van bergen hoger dan drieduizend meter.

 

Het doet denken aan het gebied van de Chartreuse, de plek waar de heilige Bruno eens zijn monastieke leven begon. In het missaal wordt met betrekking tot Bruno gebeden “dat hij God diende in de eenzaamheid”.

 

Op deze plek voelt deze heilige heel dichtbij, of belangrijker: God.

 

 

Monniken voelen zich zelden thuis in het theologische discours. De overweging van het Woord vindt plaats in stilte en tijdens de Liturgie.

Langzaamaan nestelt zich de overtuiging dat het mysterie in wezen onverwoordbaar is.

In de monastieke tred schuilt veel geheimenis en vreugde. De metten en het ochtendgebed vangen nu weer aan in de duisternis. Allengs worden de dagen korter.

Het getijdengebed is ingebed in de cyclus van het jaar, in de cyclus van het leven zelf.

 

Het eigene van het monastieke leven is dat ’t hype-loos is, althans zou moeten zijn.
Een voortdurende sensatieloosheid, “eeuwig gaat voor ogenblik”; het is de contemplatieve horizon.

De samenleving vibreert nu mee met de resultaten van ‘onze’ sporters op de Olympische Spelen, het dringt door in de stilte: het genereert een soort aangename ervaring omdat het de weldaad van de Stilte accentueert.

“Uw genade gaat boven dit leven”, vermeldt psalm 63.

 

Een bevriende kartuizer monnik schrijft haiku’s. Hij meent dat deze heel gecondenseerde stijl van schrijven overeenkomt met het monastiek charisma.

 

Inderdaad, een monnik leeft vanuit de veelzeggende stilte. Woorden spreken of schrijven kan eventueel dán waardevol zijn als zij uit de stilte voortkomen en ernaar terugkeren. Niet in geweld of kabaal spreekt de Ene, maar in het suizen van een zachte bries.

 

(De schrijfstijl van de ervaringen op deze site vermijdt de eerste persoon enkelvoud en staat alleen in de tegenwoordige tijd.)

 

 

Een contemplatieve zuster belooft trouw voor het leven; om samen met haar communauteit God te zoeken en te dienen.

De liturgie van de professie duurt lang en kent de nodige parafernalia. En toch gaat de tijd snel in de twee uur durende dienst, op een gegeven moment breekt zelfs de eeuwigheid even door.

Momenten om te eren en niet te vergeten.

5 juli 2016


 

Een icoon is meer dan gewoon een plaatje op een plankje; het is ervaarbaar. Het is zelfs objectief ervaarbaar.
Want iedereen die de nieuwe icoon in de gebedsruimte aanschouwt en contempleert, is geraakt door de aanschouwing.

En dit is ook volgens de byzantijnse spiritualiteit: de icoon – Christus in dit geval - kijkt ons aan en niet omgekeerd.
Geraakt worden door aanschouwing, door de Aanschouwde zelf.

12 juni 2016


 

Alhoewel goed bedoeld, kunnen bemoedigingen kwetsend zijn: “Knap dat je het volhoudt! Chapeau!” “Ik bewonder je uithoudingsvermogen.”

Wat wordt gekwetst? De wens om als broeder van het Stille Leven over te brengen dat er van volhouden en uithoudingsvermogen geen sprake is.

Zou men vergelijkbare bemoedigingen uitspreken bij - bijvoorbeeld - een huwelijksjubileum?

 

Maar niet getreurd, reeds de woestijnvaders leren ons dat in kwetsuren en in lichtgeraaktheid de kansen liggen om tot meer wijsheid en nederigheid te komen. Nederig wil zeggen: je eigen beperkingen met liefde aanvaarden.

29 mei 2016

 

“Gij hebt niks, omdat gij niet bidt.”
Een weldadige vermaning uit de brief van Jakobus, de lezing kwam laatst weer voorbij.

In de Slavische cultuur schijnt ‘hoe gaat ’t met je gebed?’ een gangbare vraag te zijn, net zo normaal als bij ons ‘hoe maak je het?’.


Heel soms zijn bij het avondgebed geen gasten aanwezig. Is dat beklagenswaardig? Nee, in je eentje bidden is een eigen ervaring.


Als het niet zo pathetisch klonk, zou men kunnen stellen “wie bidt is niet alleen.” Maar de ervaringsdeskundige kan wél beamen dat ’t waar is.

De biddende mens maakt ’t goed; hij/zij verbindt zich en is niet alleen. ‘Hoe gaat ’t met je gebed?’ is een goede vraag, al stel je ‘m maar aan jezelf….. 


17 mei 2016

 

                                                 

Soms komt een toevallige passant tijdens het getijdengebed de kerk binnen lopen, meestal sluipen. De kans op onverwacht bezoek is klein op het platteland. Treffend is de eerbied die men dan betracht. De passant voelt aan dat hier iets aan de hand is. Kaarsen branden, er klinken gezangen, woorden weerklinken zoals ook het ruisen van stiltemomenten.

Hoe kan men van het geloof getuigen? De deuren langsgaan en de blijde boodschap verkondigen? Misschien. Mensen de vrijheid geven om te proeven, te voelen, te horen? Een gewijde ruimte waar gebeden wordt, geeft veel ontdekkingsmogelijkheden.

Vlak voor het einde van het gebed blijkt de passant weer in stilte vertrokken. Een associatie dringt zich op: “midden onder u staat Hij die gij niet kent.”

 

De Hongaarse filosoof Kertesz stelt:
“Ik heb in de Holocaust de condition humaine herkend, de eindhalte van het grote avontuur waar de Europese mens na tweeduizend jaar ethische en morele cultuur op uitgekomen is.”

Eigenlijk wordt hier het christendom ter verantwoording geroepen. Heel plausibel. Maar wíé of wat is ‘het christendom’? Het evangelie, de Schrift of de Verrezene? Of zou het kunnen zijn dat wij bevreesd zijn voor ‘navolging’? De gelovige schroomt te erkennen: ‘ik ben een zondaar.’; maar zonder die erkenning blijft een christen-dom. 

De Verrezene heeft de eindhalte van het levensavontuur met (en in) glans en luister gehaald, Hij is de vervulling van de Schrift. Het bevreesd zijn is wellicht een condition humaine; het niet bevreesd zijn is wel zeker een roeping.

 

De Goede Week nadert, het zogenoemde triduüm.

Een tijd van lijden, verraad en dood. Een tijd van je solidariseren met Jezus. Een avontuur om met huivering tegemoet te zien.

Is mijn meevoelen waarachtig? Ga ik niet weemoedig zwelgen ik kunstmatige lamentaties?

Dit in ieder geval niet: The Passion of De Passion bekijken/beluisteren. Wél proberen minder afleiding te zoeken en trachten door te dringen in de eigen stilte.

Een eenzaam avontuur, maar in het vertrouwen gevonden te worden en opgenomen te gaan worden in de heelheid van de Verrezene.

22 maart 2016

 

 

L’amour, ça coûte toujours, vrij vertaald ‘de liefde kost altijd wat’. Bidden, geloven kost wat.

Maar het risico van een verwende opstelling ligt vaak op de loer.

In sommige zogenaamde nieuwe vormen van spiritualiteit wordt succes bij voorbaat toegezegd; het enige dat iets kost is het cursusgeld, maar een directe en spirituele verfrissing zal men er per ommegaande voor terug krijgen.

Vechten met het evangelie, soms geen licht zien in het geloof; het kan veel kosten. De ervaring leert dat deze donkerte doortrekken geduld vereist en uiteindelijk verlichtend is.

Het verwennen van kinderen is in de opvoedkunde een ernstige vorm van verwaarlozing. De hemelse Vader zal ons nooit verwaarlozen. 

1 maart 2016 
                                                                                      

 

 “Alles van waarde is weerloos”.
Lucebert weet in vijf woorden een universum open te trekken, bij velen.

 

Over de stilte is ook veel verwoord, vaak kernachtig. En toch, zónder woorden kan zich een diepste werkelijkheid ontsluiten. Stiltemomenten in het getijdengebed zijn het sprekendst. Het is de ervaring van de deelnemers aan de vespers, de ontwaring bestemd, gekend en geliefd te zijn.


Jezus trok de stilte in.
Hij verrijst in de stilte, nu.

 

17 februari 2016

 

Soms kom je al lezendeweg een pareltje tegen dat wezenlijk inspireert en bemoedigt.

In het bisdomblad van deze maand staat een bijdrage waarin gerefereerd wordt aan wat de wetenschappelijke reus Albert Einstein (“God dobbelt niet”) heeft geschreven:
“Er is een extreem machtige kracht waarvoor de wetenschap tot nu toe geen formele verklaring heeft. Het is een kracht die alle andere omvat en beheerst, en zelfs ten grondslag ligt aan elk verschijnsel in het universum, en toch door ons niet is herkend. Deze universele kracht is Liefde. Toen wetenschappers zochten naar een alomvattende theorie van het universum, vergaten ze de meest machtige en onzichtbare kracht.”

Gelovig in het leven staan wordt vaak aangevochten. Het is verleidelijk deze aanvechtingen te wijten aan de verwereldlijkte samenleving, maar ten diepste is introspectie meer gepast. ‘Theologische diakonie’ is alom voorhanden, al lezendeweg kunnen pareltjes het bestaan rijker kleuren. Liefde is naast een ervaring het fundament voor alle bestaan.


5 februari 2016

 

‘Ervaringen’ klinkt sommige rechtgelovigen verdacht in de oren, een ervaring zou te subjectief zijn en daarmee de objectieve waarheid van het Woord loochenen. Een schrikachtige reactie.

Anderzijds is een louter drijven op emoties weer te dun. Achting voor de Schrift en de overgeleverde traditie is geëigend. Enig innerlijk graafwerk verrichten om de geloofsschatten te verstaan, getuigt ervan de eigen subjectiviteit te willen toetsen; dit achterwege willen laten is eveneens een schrikachtige reactie.

De monastieke levenswijze brengt beiden, ervaring en overlevering, samen. Je stapt in een gebedsmolen die al van oudsher draait, en langzaamaan kan gaan indalen de ervaring door God gekend en bemind te zijn.

Dat geldt in een abdij, het geldt in het kerkje van Haarlemmerliede en op zoveel andere plaatsen. Hier wordt geen ‘abdijtje gespeeld’, de regelmaat van het gebed en de sfeer van stilte geven een weldadige omarming in het stille hart van de Randstad.

En tóch kost het vaak moeite de boel de boel te laten, en naar de gebedstijden te gaan. De traditie fluistert in: ‘doe ’t nou maar, zet alle dagelijksheid even opzij.’ De ervaring leert dat die influistering altijd betrouwbaar is. Altijd.


1 februari 2016