Onderstaande regel geldt eerder als een wenkend perspectief –een ideaal- dan als een concrete mogelijkheid op dit moment; zij was immers gemodelleerd op de verwachting dat een begijnhofje in een stad tot de mogelijkheden zou behoren.

De realiteit op dit moment is anders, en kleinschaliger. Nu is in onderzoek de pastorie van Haarlemmerliede (met aangrenzend kerkje) geschikt te maken voor communautaire bewoning. De kansen tot verwezenlijking lijken aanzienlijk.

De monastieke getijden worden sinds 2013 dagelijks gebeden, behalve op de maandag (woestijndag).
De vespers (met geïntegreerde eucharistie) zijn opengesteld voor iedereen.
De overige getijden zijn toegankelijk via een mail-aanmelding, minstens een dag van tevoren.

Metten – lauden 6.00
Middaggebed 12.30
Vespers –eucharistie 17.30
Dagsluiting 20.30

Hoofdelementen blijven: stilte en een contemplatieve levensstijl, uitgangspunt voor een D.V. toekomstige communauteit.

Haarlemmerliede ligt midden in de Randstad én is een oase van rust. Goede grond voor stadsmonniken/broeders van het Stille Leven.

Het idee is gewoon te beginnen en de voorzienigheid zijn werk te laten doen. De geest van de regel (hieronder) blijft een ijkpunt.

---------------------------------

DE REGEL


Broeder, jij die de monastieke weg wilt gaan in de stad,


   Geroepen tot verbondenheidwebsite_stadsmonniken_trap

Iedere mens is door God geroepen tot volheid van leven, en daartoe strekt ook jouw verlangen zich uit. Jezus Christus is tot ons gekomen in deze wereld opdat wij zijn vreugde ten volle in ons zouden bezitten. (Joh.17,13) De diepste vreugde ligt verankerd in onze verbondenheid met de Levende, dat is de belofte van ons doopsel. Maar de wereld aanvaardt de Oorzaak van deze vreugde niet (Joh.1,11); de idolatrie, het gouden kalf, geeft zijn verleidelijkheid maar moeilijk prijs. Hoe meer wij onze bestemming zoeken louter in de wereld van de mens, hoe meer wij een verborgen onrust kunnen ervaren; het is een signaal van het ware leven dat ons ontgaat. Met Augustinus bidden wij, bid jij: ‘Heer, laat mij U zoeken.’ Op Hem richt jij je leven, ofschoon je Hem niet ziet.

‘Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, de redding van uw ziel, hebt bereikt.’ (1Petrus1, 8c-9)

Broeder, de vreugde van Pasen herschept alles en iedereen.

‘Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven.’ (1Tim. 6, 12)

De blijde boodschap, het evangelie, bepaalt onze roeping. Laten we alles doen voor het evangelie om er ook zelf deel aan te krijgen. (1Kor.9,23)
Dat onze liefde steeds rijker mag worden aan inzicht en fijngevoeligheid om te kunnen onderscheiden waar het op aankomt. (Fil.1, 9-10)

Terug naar menu


   De monastieke verwachting

De kerk kent vele roepingen, waaronder die van de monnik. Hij is geroepen om vanuit de stilte Gods stem te verstaan.

‘Ausculta’(luister) is het eerste woord van Benedictus in zijn regel voor monniken. Het luisteren van de monnik vereist de inzet van het hele bestaan en verbindt tot een leven van voortdurende bekering. Voor die omvorming legt de monnik zich toe op een leven van eenzaamheid en stilte.

Broeder,

'houdt met volharding een heilige wacht in afwachting van de terugkomst van de Heer om als Hij klopt, Hem aanstonds open te doen.’ (H.Bruno)

Wachten in de stilte is de nederige en glorievolle opdracht van de monnik.

‘In eenzaamheid en stilte reikhalzen zij naar die innerlijke rust waarin de wijsheid kan ontluiken.’ (constituties trappisten)

‘Ik wacht de Heer, ik wacht Hem, ik hoop op zijn belofte: stil verbeid ik de Heer, meer dan wachters de morgen, zij die wachten de morgen.’ (psalm 130)

Als je het monastieke bestaan binnentreedt zal de Heer je tonen of je voor dit leven geschikt bent; ‘willen’ is noodzakelijk, je moet het evenwel ook ‘kunnen’. Maar wees niet verontrust, heb vertrouwen, de weg is voor velen begaanbaar gebleken.

Bid om de voorspraak van Maria. Zij bewaarde het mysterie van de Menswording in haar hart
(Lc. 2, 51).

Als je haar volgt, verdwaal je niet.
Als je haar aanroept, wanhoop je niet.
Als je aan haar denkt, vergis je je niet.
Als zij je steunt, val je niet.
Als zij je beschermt, vrees je niet.
Als zij je leidt, word je niet moe.
Als zij je begunstigt, bereik je je doel.
( Bernardus van Clairvaux ) 

‘Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer.’ (1Kor. 12,5)


De kerk nodigt ook uit tot de dienst van het gebed. Reeds in de jonge kerk wordt benadrukt dat het gebed en de bediening van het woord niet verwaarloosd mogen worden. (Hand.6)

Broeder, als je begint met deze stijl van leven, weet je niet waar je aan begint. Maar als je de goede strijd strijdt, zal de Geest je geleiden, hoeden en volharding schenken. Een onvergelijkelijke vreugde die niet van deze wereld is, zal jouw deel zijn.

Terug naar menu


   Stilte in de stad

‘Sta op en ga de stad in: daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet.’ (Hand.9,6)

De stad is een geëigende plek om God te zoeken. Wij kunnen zijn gelaat ontwaren doorhéén het lawaai, de jachtigheid en de anonimiteit van de grote stad.

De stad bloeit op door de zegen van de rechtschapenen (Spr.11,11) én de stad/de stedeling lijdt dorst naar God, de God die leven is. (psalm 42); in deze dubbele betekenis staat jouw roeping van stadsmonnik. Je bidt vóór de stad en mét de stad, opdat de heerlijkheid van de Eeuwige Stad eens dóór breken zal in jouw leven en in de wereld.e

‘U mijn lof waar de schare bijeen is: zó toch los mijn geloften ik in ten overstaan van wie Hem vrezen.’(psalm 22)

Te midden van de schare in de stad zoek jij, zoeken wij, Gods gelaat; dit is wezenlijk voor het charisma van de stadsmonnik.

De stadsmonnik is geen nieuw verschijnsel; met name veel kartuizers hebben in de middeleeuwen onze steden bewoond.

‘Bij God alleen verstilt mijn ziel, van Hem blijf ik het wachten.’ (psalm 62)

In onze wereld is ‘externe’ stilte een luxe geworden. De stadsmonnik zoekt de verstilling, de stilte in het gebed, de lectio divina, de liturgie, in het hele bestaan. De weldadige bescherming evenwel van een slotmuur en de natuurlijke stilte van het platteland zal je moeten ontberen. In de stad willen wij ons laten voeren naar

‘wateren van rust en Hij zal ons behoeden voor verdwalen.’ (psalm 23)

De Heer bedaarde de storm tot het stil werd; die Stilte, broeder, zal de Heer ook aan jou voltrekken, Hij zal je omvormen.

Daarom zul je heten: broeder van het Stille Leven.

Het mysterie van de Stilte en de eenzaamheid is het engagement van je bestaan.

‘Muziek van zuiver zwijgen, eenzaamheid vol van klanken, het avondmaal dat opwekt en verliefd maakt.’ (Johannes van het Kruis)

Getuige zijn van de Stilte die je gegeven wordt, strikt contemplatief leven, is een passend teken in deze tijd.
Johannes Paulus II schreef in 1994: ‘Ongetwijfeld heeft de kerk religieuzen nodig die meer naar de wereld toegekeerd staan om de blijde boodschap te verkondigen. In werkelijkheid heeft de kerk even zoveel en misschien nog wel meer wezenlijk behoefte aan religieuzen die Gods aanwezigheid zoeken, en van Hem getuigen. Ook zij trachten te werken aan de heiliging van de mensheid.’

Broeder, wij zoeken geen apostolisch, missionair of diaconaal gemeenschappelijk leven; wij zoeken niets dan de schouwing van de Eeuwige zélf.

‘De reden waarom wij God liefhebben, is God zélf; de mate waarmee wij God liefhebben, is een liefde zonder mate.’ (H.Bernardus)

De monnik is alleen (monos), en hij leeft binnen een gemeenschap. Dóór die gemeenschap ben je in staat monastiek (alleen) te leven. De communauteit is heilig, een onderdeel van het lichaam van Christus. Vergeet dat alsjeblieft nooit.

Heb je medebroeder lief als jezelf. Ook volgens de weg van de naastenliefde zal je het Koninkrijk verwerven.
website_stadsmonniken_daken

Terug naar menu

 

   Monniken en de wereld

Als broeder van het Stille Leven, als stadsmonnik, heb je een heel eigen relatie tot de wereld. Je leeft midden in het lawaai, de ruis en de vermoeidheid van de samenleving en je zoekt er Zijn directe aanwezigheid. Jezus de Christus is jouw voorspreker in het gebed.

‘Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. Zij zijn niet van deze wereld, zoals Ik niet van deze wereld ben.’ (Joh.17, 15-16)

Broeder, jouw levensstijl staat op een bijzondere wijze in het teken van God; je stelt daarmee ook een teken naar de wereld. Je krijgt toebedeeld een grote Vreugde in het religieuze leven, je ziet af van de verstrooiingen die de wereld te vergeven heeft; onderschat die tekenwaarde niet, het is de profetische dimensie van het monnik-zijn.

Je kan evenwel niet hoogmoedig zijn, getekend als je bent door de algemeen menselijke gebrokenheid.

‘God, wees mij zondaar genadig’ (Lc.18,13) zal het gebed zijn dat je heel nabij is. Alhoewel je in de wereld leeft, zonder van de wereld te zijn, zal je op de hoogte zijn van wat er leeft in onze samenleving.

Terug naar menu


   Binnen de kerk

Buiten de institutionele kerk kan niemand monnik zijn. Een monnik wenst daarom te leven volgens de evangelische raden: gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid (celibaat). De binding met de kerk wordt gekenmerkt door de band met het episcopaat.

‘De kerk, dat is het volk verenigd met zijn herder; de bisschop is in de kerk en de kerk is in de bisschop.’ (H.Cyprianus)

Leef van harte vanuit deze notie.

En: je mag niet tegenspreken wat de traditie sinds eeuwen herhaalt. (P.M.Delfieux)

De stadsmonniken bedienen een kerk die hun vanwege de bisschop toevertrouwd is. Het plaatselijke kerkbestuur is een partner die wezenlijk is in de feitelijke ontplooiing van een monastiek initiatief. Het stadsmonachisme is evenzeer tot welzijn van de plaatselijke kerk; het gebed is haar ademhaling en van heel de kerk.

‘Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.’(Jak. 4,2)

Het contemplatieve engagement is een pastorale bijdrage aan de kerk van vandaag. Aldus functioneer je in de universaliteit, de katholiciteit van de geloofsgemeenschap.

Terug naar menu

 

   Het communautaire gebed

De broeders van het Stille Leven bidden drie maal per dag in de kerk (behalve zondag vijf maal), de andere getijden zijn in de binnenkamer (en de metten in de huiskapel). De kerk is dagelijks toegankelijk voor de stedelingen; dat zij, met jou, mogen raken aan het mysterie Gods.

‘Hoort mijn woorden, alle gij volken, luistert allen, bewonend dit aardse, de gewone man én de voorname, zonder onder- scheid rijken en armen.’ (psalm 49)

In de kerk zal (buiten de gebedstijden) een ikoon centraal aanwezig zijn, omgeven met veel ‘waakvlammetjes’; een ikoon is een venster op de hemel, wij vereren haar in stilte opdat God in ons bidden spreken mag. Je zal iedere dag (behalve zon- en maandag) een uur waken bij de ikoon in de kerk. De broeders die priester zijn zullen iedere dag (behalve zon- en maandag) een uur in de kerk aanwezig zijn om het sacrament van boete en verzoening te kunnen bedienen.

Terug naar menu


   Gastvrijheid

Als broeder van het Stille Leven zul je aandachtig en ontvankelijk in het leven staan. Houd je verre van dromerigheid en ontoegankelijkheid; dit zou getuigen van afwezigheid, terwijl wij God belijden als de Aanwezige. Gastvrijheid is van oudsher een monastieke deugd. De gastvrijheid wordt beoefend in de communauteit.

‘Beoefent vooral de onderlinge liefde met volharding, want de liefde bedekt tal van zonden. Betoont elkander gastvrijheid zonder morren.’ (1Petrus 4, 8-9)

Wees open en transparant ten opzichte van je medebroeder, verschuil je niet achter een façade.

‘Wie onberispelijk wandelt, hij wandelt veilig; maar wie kronkelwegen gaat, wordt ontmaskerd.’ (Spreuken 10, 9)

Wees evenzeer gastvrij naar hen die meebidden in de kerk. De aan het gebed deelnemende stedeling is op dát moment evenzeer een contemplatief; ook hij/zij zoekt God om herschapen te worden.

‘Een dichter keert in zichzelf om te scheppen, de contemplatief keert zich tot God om geschapen te wòrden.’(Thomas Merton)

De stedeling wordt goed geïnformeerd over hoe hij/zij kan meebidden. Ook overige nuttige informatie wordt hem/haar gegeven; dit alles op een attente wijze, liefst zonder (te veel omhaal van) woorden.

Jouw gastvrijheid staat in het teken van je contemplatieve zending. Je draagt de gebeden met je mee, die door de stedelingen zijn geschreven in het intentieboek dat in de kerk ligt. Onze gastvrijheid naar de samenleving toe is dus geestelijk/contemplatief. Als de stedeling vraagt om materiële of pastorale hulp zul je verwijzen naar hen die daartoe bevoegd zijn.

Als broeder van het Stille Leven draag je je familie en vrienden dichtbij je. Door het gebed ben jij in God met hen verbonden.

Terug naar menu


   Wijzingen

De communauteit kiest een ‘verantwoordelijke’; hij coördineert het gemeenschappelijk leven. Broeder, luister naar hem. En zorg dat de verantwoordelijke jouw gedachten kent. Alleen zo kan de wederzijdse gehoorzaamheid gestalte krijgen. De verantwoordelijke is de borg voor de eenheid binnen de groep. Geef hem jouw vertrouwen.

‘Zorgt u er dus voor te gehoorzamen, niet alleen uit bekom- mering om uzelf, maar ook om hem: zo hoog als hij bij u staat, zo groot is het gevaar waarin hij verkeert.’ (Augustinus in zijn regel over de overste)

Onderling gemopper (de ‘murmuratio’) is funest voor de eenheid. Wees nederig van hart en laat je omvormen door de liefde, waarvan de vergevingsgezindheid de grootste vrucht is. Laat de zon nooit ondergaan met wrok in het hart jegens een medebroeder; in die gevallen: leg je gebrokenheid aan hem vóór, en verzoen je met elkaar.

‘Vergeving is er bij U, want zó wilt Ge gevreesd zijn.’ (psalm 130)

De broeders van het Stille Leven hebben cenobitische en eremitische grondtrekken. Er zijn vaste tijden voor het gezamenlijk gebed in de kerk. Er zijn vaste tijden van gebed in de zgn. ‘binnen-kamer’ (een gebedshoek in ieders woninkje);

‘Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in verborgene ziet, zal het u vergelden.’ (Mt.6,6)

Je hebt een woninkje en daar verblijf je het meest; het is bij uitstek jouw ontmoetingsplek in de stille omgang met God, laat je daar in de verborgenheid vinden én zoek Hem met heel je wezen, en de Heer zal zijn intrede doen. Jouw woninkje is heilig;

‘Hier laat Ik mij neder voor immer, hier woon Ik: hier heb Ik mijn wens.’ (psalm 132)

Geen anderen dan de verantwoordelijke zullen toegang hebben tot jouw woninkje.

Een woninkje beschikt over alle elementaire voorzieningen (binnen het monastieke kader) en bevindt zich op korte afstand van de kerk. Tevens is er in de directe nabijheid een locatie met communautaire voorzieningen: huiskapel, bibliotheek, keuken, refter, ontvangkamer, telefoon- en computerkamer en eventueel werkatelier.

De broeders van het Stille Leven verdienen het dagelijks brood (3-5 uur per dag) door liefst in stilte arbeid te verrichten. In het werk mag handenarbeid zeker niet ontbreken.

De arbeid wordt verricht binnenshuis of in de directe omgeving van de communauteit; grote tijdsdruk in het werk moet vermeden worden. Volgens de gelofte van armoede zal het loon van de arbeid ten dienste zijn aan de communauteit. Er is ook werk ten behoeve van het communautaire leven.

De maaltijden zijn óf (alleen) in het woninkje, óf (gezamenlijk) in de refter. Het ontbijt (in stilte) is altijd in de refter. De warme middagmaaltijd is op weekdagen in het woninkje, op zon- en feestdagen in de refter. De avondboterham is altijd in het woninkje. Er wordt geen vlees gegeten. Op vrijdag en vasten- en onthoudingsdagen zijn de broodmaaltijden zonder beleg en de warme maaltijd is soep. Er wordt niet gegeten en gedronken (behalve water) buiten de tijden van de maaltijd.

Op zaterdag komt de communauteit bijeen voor kapittel. Op zondag is er tussen noon en vespers gelegenheid voor recreatie en/of eventuele ontvangst van gasten. Na de (zondag)avond boterham gaat de gemeenschap – zo veel als mogelijk – naar een abdij op het platteland, ter voorbereiding op de maandag aldaar. De maandag is een ‘woestijndag’, die geheel in eenzaamheid wordt geleefd. Men komt alleen samen voor de eucharistie.

Als je jouw nabijen ontvangt (hoogstens óm de maand), is dat in de ontvangkamer (of een andere ruimte) van de communauteit, op zondag tijdens recreatietijd. In principe bezoek je niemand buitenshuis. Je zult afstand doen van de gangbare sociale contacten. De werkelijke verbondenheid met hen die je dierbaar zijn, zal sterker worden.

‘Draag mij als een zegel op uw hart, als een zegel aan uw arm:
want sterk als de dood is de liefde.’ (Hooglied 8, 6)

De wereld van de stad is vermoeiend; om op adem te komen verblijf je met je medebroeders van half juli tot half augustus op het platteland.

Terug naar menu

 

   De dagindeling

Weekdagen

17.15 half uur stiltegebed
vespers (op donderdag gevolgd door eucharistie) in de kerk
19.00 broodmaaltijd woninkje
20.15 completen binnenkamer
daarna nachtrust*
04.15 metten* huiskapel
07.15 lauden, gevolgd door eucharistie (behalve donderdag) kerk
08.15 ontbijt refter
daarna lectio divina woninkje
09.45 terts binnenkamer
daarna arbeid
12.00 Angelus binnenkamer
12.15 sext kerk 12.40 maaltijd (warm) woninkje
daarna recreatie (krant) lezen, klusjes doen, wandeling (half uur) in de stad
14.15 noon binnenkamer
daarna arbeid en een uur studie atelier/woninkje
17.15 vespers kerk

* De hierboven opgenomen dagindeling is voorlopig. In nader beraad zal worden bezien of een nachtelijke onderbreking om 24.00 uur voor een nachtwake – ook in de huiskapel – niet de voorkeur geniet.


zondag en hoogfeesten


Alle gebedsvieringen (behalve de metten en de completen) zijn in de kerk.
De eucharistieviering is na de terts om 10 uur.
Er is een gezamenlijke warme maaltijd in de refter.
Geen arbeid.

website_-_biddende_monnik

Terug naar menu

 

   Het monastieke pad

De volgende etappes worden je voorgelegd als je verlangt de weg van het stadsmonachisme te gaan:

- Een stage. Je leeft enkele weken mee met de communauteit ter kennismaking.
- Het postulaat. Een eerste fase van zes maanden.
Je participeert in het communautaire leven.
- Een noviciaat van twee jaar volgt op het postulaat.
Bij het begin van het noviciaat vindt de inkleding plaats.
- Na twee jaar noviciaat volgt een tijdelijke professie.
- Na vijf jaar vindt de eeuwige professie plaats.

In de beginjaren wordt de monastieke vorming aangevuld met een cyclus bijbelstudie, filosofie, theologie en patristiek.

Boven de leeftijd van 45 jaar worden geen kandidaten aangenomen.

Terug naar menu

 

   Tenslotte

Broeder, dit is een proeve hoe wij Gods stille leven verhopen te ontwaren in de stad.
Deo volente zullen ook eens ontkiemen zusters van het Stille Leven.
Zie deze proeve als gebrekkig stukwerk; de ervaring zal dit ontwerp verbeteren.
Een ordening in onze omgang met de Levende is noodzakelijk. De Heer schept orde in de chaos en in de duisternis, zijn Geest zweeft boven onze woelige wateren.

‘Wat zijn hand schept is waarheid, is orde.’(psalm 111)

Dat wij in de ordening van het monastieke bestaan zijn Waarheid mogen herkennen, zoals die tot ons gekomen is in Jezus Christus. Het zal de wereld tot heil strekken. Dat jij een broeder van het Stille Leven mag zijn en op mag gaan naar het huis van de Heer, de Stad Gods.


website_stadsmonniken_trap